Dep het vlees droog met wat keukenpapier en snij in het blokjes van ongeveer 2 bij 2 centimeter.
Pel de sjalotjes en snij ze fijn. Snij de lombok fijn. Hak de kemirinoten in stukjes.
Wrijf de sjalotjes met de lombok en de kemirinoten fijn in een vijzel.
Kneus de sereh met de achterkant van een mes.
Verhit in een grote braadpan de sojaolie of arachideolie en fruit hierin het sjalotjesmengsel even kort. Voeg de sereh, kunjit, daun salam en daun djeruk purut toe en fruit het mengsel even aan.
Voeg het in blokjes gesneden vlees toe en bak het vlees aan alle kanten mooi bruin.
Kruid met peper, zout en nootmuskaat.
Voeg zoveel bouillon toe dat het vlees net onder staat, mogelijk heb je niet alle bouillon nodig. Laat het vlees op heel laag vuur gaar sudderen, ongeveer 3 – 4 uur geeft het beste resultaat. Gebruik als je op gas kookt een vlamverdeler.
Controleer of het vlees goed gaar is en voeg dan de santen en wat citroensap bij het vlees. Roer goed door totdat de santen is opgelost en laat het vlees zonder deksel op de pan rustig een beetje droog koken.
Voeg eventueel nog wat peper en zout naar smaak toe.
Tips
Kemirinoten zijn niet geschikt om rauw te eten. Ze kunnen wel, zoals in Rendang verwerkt worden in gerechten als ze goed verhit worden.
Maak bouillon van 1 liter kokend water en 1 runderbouillontablet of 1,5 el. bouillonpoeder.