Dit koekjesrecept is een recept uit Goeree Overflakkee. Het werd en wordt daar nog steeds veel gemaakt. Je hebt geen oven nodig om het te maken. Volgens onze bron, Ad en Bertha Lisseveld, werd het ook wel koekjes voor de armen genoemd. Niet iedereen had vroeger een oven in huis, wel een koekenpan.
Doe de boter, de suiker en de bloem met het ei in de mengkom. Voeg de vanillesuiker, het zout en de kaneel toe. Meng het geheel met de vork door elkaar en kneed het daarna met de hand tot een samenhangende bal.
Draai van het deeg balletjes en druk deze plat tot je schijfjes van 5 cm doorsnee en 1 cm dik hebt. Je kunt ook het deeg tot een rol van 5 cm doorsnee rollen en daar met een scherp mes schijfjes van ongeveer 1 cm dik van snijden.
Leg de Kruukplaetjes op de borden, zorg dat ze elkaar niet overlappen en dek ze af met keukenfolie. Laat ze een nacht rusten in de koelkast.
Doe de volgende dag een beetje boter op een keukenpapiertje en vet hiermee de koekenpan een beetje in. Laat de pan op middelhoog vuur warm worden en zet dan het vuur laag.
Bak de koekjes aan beide kanten mooi lichtbruin en gaar. Je kunt ongeveer 5-6 koekjes tegelijkertijd in de pan bakken. Laat de koekjes afkoelen op een taartrooster.