In de zomer als er veel vers fruit verkrijgbaar is, zijn open fruitvlaaitjes zo gemaakt. In de wintermaanden kun je ook ingemaakt fruit gebruiken, zoals kersen, abrikozen– of pruimenpulp.

Met het onderstaande recept kunt je de bodempjes gemakkelijk zelf bakken. Deze hoeveelheid is voldoende voor 8 vlaaivormpjes van 10-12 cm doorsnee.

Voorbereiding

Verwarm de oven voor op 150 graden C.

Breek het ei in een klein kommetje en klop het los. Doe het bakmeel, de basterdsuiker, vanillesuiker, de melk en de helft van het ei in een mengkom, snij de koude boter er in stukjes doorheen. Roer met een vork eerst de melk en het ei door de andere ingrediënten en kneed dan verder met je handen.

vlaaibodem
noodvulling gebaksbodem
Voor 8 stuks  Ø 10-12 cm

Benodigdheden

  • bloem of bakmeel om het aanrecht te bestuiven
  • margarine om de vorm in te vetten en 8 op maat geknipt rondjes bakpapier
  • extra bakpapier voor het “blind bakken” op maat geknipt, een beetje groter dan de bakvormpjes
  • een zak droge kikkererwten of erwten

 

  • 1 mengkom
  • 1 klein kommetje
  • 8 vlaaivormpjes van 10 – 12 cm.
  • vork
  • mes
  • deegrol
  • kwastje of een stukje keukenpapier om in te vetten
  • taartrooster

Ingrediënten

  • 200 gr. zelfrijzend bakmeel
  • 120 gr. margarine
  • 120 gr. basterdsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1,5 el. melk
  • 1 ei
noodvulling gebaksbodem

Tips

  • Door het blind bakken (bakken met steunvulling) zorg je ervoor dat de bodempjes in het midden niet rijzen. Hierdoor laten ze zich gemakkelijker vullen. Als je bakt zonder steunvulling, dan worden de vlaaibodempjes minder diep en kun je er minder vulling in doen.
  • Deze hoeveelheid deeg is ook voldoende voor een vlaaibodem van 28-30 cm doorsnee of twee vlaaibodems van 18 cm doorsnee.
  • De kikkererwten die je gebruikt voor het blind bakken kun je hergebruiken. Gooi ze niet weg maar bewaar ze voor een volgende keer.

Bereiding vlaaibodem

Als alles goed gemengd is, kun je verder kneden op het aanrecht. Kneed net zo lang tot je een mooi stevig deeg hebt. Niet langer kneden dan nodig is, als je te lang kneed, zul je merken dat het deeg wat slap wordt en het minder goed te verwerken is. Als dat gebeurt, zet het dan enkele minuten weg in de koelkast.

Vet de opstaande randen van de bakvormpjes in met margarine en leg  rondjes bakpapier op de bodems. Verdeel het deeg in 8 gelijke porties rol er bolletjes van en rol iedere bolletje uit op een met bloem bestoven aanrechtblad tot een mooie ronde plak, wrijf ook wat bloem op je deegroller. Druk bij het uitrollen niet te hard op het deeg en draai het deeg steeds een kwartslag, zodat je een deegplak krijgt die overal even dik is en het deeg niet aan je werkblad vast gaat plakken.

Rol het deeg zover uit dat het vlaaivormpje er ruim mee bekleed kan worden. Doe de deegplak over in het vormpje. Het is niet erg als je het deeg niet in een keer goed in de vorm krijgt, of als er scheurtjes ontstaan. Neem dan gewoon een stukje deeg dat over is en druk dat over het scheurtje. Na het bakken zie je daar niets meer van.

Zorg dat het hele vormpje goed bekleed is met het deeg en snijd het overtollige deeg boven de rand van het vormpje af. Herhaal dat voor de andere vormpjes. Leg op het deeg in ieder vormpje een groter rondje bakpapier en leg hierop de kikkererwten.

Vlaaibodem bakken

Bak de vlaaibodempjes in 25-30 minuten gaar op 150 graden in het midden van de oven.

Haal na ongeveer 20 minuten de vlaaitjes uit de oven, verwijder voorzichtig het bakpapier met de kikkererwten en zet de vormpjes nog 5 tot 10 minuten terug in de oven. De vlaaitjes zullen in het midden wat lichter van kleur blijven dan aan de randen. Dat komt door het “blind bakken”.

Laat na de baktijd de vlaaibodempjes een beetje afkoelen in de vorm en controleer of ieder vlaaibodempje gemakkelijk van de rand los laat, snij de rand anders voorzichtig los met een scherp mesje.

In de zomer als er veel vers fruit verkrijgbaar is, zijn open fruitvlaaitjes zo gemaakt. In de wintermaanden kun je ook ingemaakt fruit gebruiken, zoals kersen, abrikozen– of pruimenpulp.

Met het onderstaande recept kunt je de bodempjes gemakkelijk zelf bakken. Deze hoeveelheid is voldoende voor 8 vlaaivormpjes van 10-12 cm doorsnee.

vlaaibodem
Voor 8 stuks  Ø 10-12 cm

Benodigdheden

  • bloem of bakmeel om het aanrecht te bestuiven
  • margarine om de vorm in te vetten en 8 op maat geknipt rondjes bakpapier
  • extra bakpapier voor het “blind bakken” op maat geknipt, een beetje groter dan de bakvormpjes
  • een zak droge kikkererwten of erwten

 

  • 1 mengkom
  • 1 klein kommetje
  • 8 vlaaivormpjes van 10 – 12 cm.
  • vork
  • mes
  • deegrol
  • kwastje of een stukje keukenpapier om in te vetten
  • taartrooster

Ingrediënten

  • 200 gr. zelfrijzend bakmeel
  • 120 gr. margarine
  • 120 gr. basterdsuiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1,5 el. melk
  • 1 ei
noodvulling gebaksbodem

Voorbereiding

Verwarm de oven voor op 150 graden C.

Breek het ei in een klein kommetje en klop het los. Doe het bakmeel, de basterdsuiker, vanillesuiker, de melk en de helft van het ei in een mengkom, snij de koude boter er in stukjes doorheen. Roer met een vork eerst de melk en het ei door de andere ingrediënten en kneed dan verder met je handen.

Bereiding vlaaibodem

Als alles goed gemengd is, kun je verder kneden op het aanrecht. Kneed net zo lang tot je een mooi stevig deeg hebt. Niet langer kneden dan nodig is, als je te lang kneed, zul je merken dat het deeg wat slap wordt en het minder goed te verwerken is. Als dat gebeurt, zet het dan enkele minuten weg in de koelkast.

Vet de opstaande randen van de bakvormpjes in met margarine en leg  rondjes bakpapier op de bodems. Verdeel het deeg in 8 gelijke porties rol er bolletjes van en rol iedere bolletje uit op een met bloem bestoven aanrechtblad tot een mooie ronde plak, wrijf ook wat bloem op je deegroller. Druk bij het uitrollen niet te hard op het deeg en draai het deeg steeds een kwartslag, zodat je een deegplak krijgt die overal even dik is en het deeg niet aan je werkblad vast gaat plakken.

Rol het deeg zover uit dat het vlaaivormpje er ruim mee bekleed kan worden. Doe de deegplak over in het vormpje. Het is niet erg als je het deeg niet in een keer goed in de vorm krijgt, of als er scheurtjes ontstaan. Neem dan gewoon een stukje deeg dat over is en druk dat over het scheurtje. Na het bakken zie je daar niets meer van.

Zorg dat het hele vormpje goed bekleed is met het deeg en snijd het overtollige deeg boven de rand van het vormpje af. Herhaal dat voor de andere vormpjes. Leg op het deeg in ieder vormpje een groter rondje bakpapier en leg hierop de kikkererwten.

Vlaaibodem bakken

Bak de vlaaibodempjes in 25-30 minuten gaar op 150 graden in het midden van de oven.

Haal na ongeveer 20 minuten de vlaaitjes uit de oven, verwijder voorzichtig het bakpapier met de kikkererwten en zet de vormpjes nog 5 tot 10 minuten terug in de oven. De vlaaitjes zullen in het midden wat lichter van kleur blijven dan aan de randen. Dat komt door het “blind bakken”.

Laat na de baktijd de vlaaibodempjes een beetje afkoelen in de vorm en controleer of ieder vlaaibodempje gemakkelijk van de rand los laat, snij de rand anders voorzichtig los met een scherp mesje.

noodvulling gebaksbodem

Tips

  • Door het blind bakken (bakken met steunvulling) zorg je ervoor dat de bodempjes in het midden niet rijzen. Hierdoor laten ze zich gemakkelijker vullen. Als je bakt zonder steunvulling, dan worden de vlaaibodempjes minder diep en kun je er minder vulling in doen.
  • Deze hoeveelheid deeg is ook voldoende voor een vlaaibodem van 28-30 cm doorsnee of twee vlaaibodems van 18 cm doorsnee.
  • De kikkererwten die je gebruikt voor het blind bakken kun je hergebruiken. Gooi ze niet weg maar bewaar ze voor een volgende keer.
error:

Pin It on Pinterest

Share This